De Joppeschool
Home>In groep 6

In groep 6

In deze groep gaan kinderen zich steeds beter uiten en kunnen ze steeds beter verwoorden wat ze wel en niet kunnen en willen. In groep 6 gaat de ontwikkeling die is ingezet in de onderbouw op alle gebieden verder; het werken met een weektaak, het plannen van opdrachten en het zelf nakijken van eigen werk. In stapjes leren ze om steeds meer zelfstandig te zijn. Ook krijgen de kinderen huiswerk mee om te leren of maken.

Taal en lezen

  • Lezen: AVI-E6. Begrijpend lezen van instructieve en informatieve teksten. Tekstsoorten onderscheiden. Herkennen van voorbeelden, tegenstellingen, oorzaak-gevolg en middel-doelrelaties in teksten. Naslagwerken gebruiken als woordenboek, encyclopedie en internet
  • Stellen: een e-mail, brief, verhaal, gedicht, boekverslag. Met aandacht voor alinea’s, titels, kopjes (en goed gebruik van hoofdletters en leestekens (punt, komma, dubbele punt, puntkomma, aanhalingstekens, haakjes)
  • Spreken/luisteren: spreekbeurt houden, muurkrant of werkstuk maken
  • Spelling: Meervoud op ‘s; woorden met een c; woorden op -atie en -itie en -tie; tijdsaanduidingen met ‘s, hoofdletters bij landen, steden, inwoners; werkwoordspelling met -dt
  • Grammatica: persoonsvorm en onderwerp benoemen

Leesstrategieën helpen bij begrijpend lezen
Lezen blijft ook in groep 6 heel belangrijk. Dit schooljaar gaat je kind verder met het aanleren van allerlei leesstrategieën die helpen om teksten te begrijpen. Je kind leert bijvoorbeeld stil te staan bij wat voor soort tekst het is, goed te kijken naar koppen en bijschriften, te letten op woorden die een signaal zijn voorbeelden (bijvoorbeeld, zoals) en voorkennis van het onderwerp te benutten. Ook leert je kind het onderscheid herkennen tussen feiten en meningen.

In groep 5 heeft je kind al voorzichtig kennisgemaakt met grammatica (werkwoorden herkennen). In groep 6 leert het al de persoonsvorm en het onderwerp benoemen – het begin van zinsontleding. Voegwoorden, vraagwoorden, zelfstandig naamwoorden, trappen van vergelijking en de verschillen tussen tegenwoordige tijd en verleden tijd komen ook al aan bod.

Bij spelling maakt je kind dit schooljaar een begin met de werkwoordspelling. In groep 6 wordt kennisgemaakt met werkwoordsvormen op -dt. Lastig!

Rekenen: mag het een nulletje meer zijn?
Eind van groep 5 heeft je kind de eerste berekeningen tot 10.000 zijn al gemaakt. In groep 6 komen er nog meer nullen bij: dan gaat je kind sommen maken tot 100.000 en is het begrip ‘miljoen’ geen vage aanduiding meer voor ‘heel veel’, maar een getal met zes nullen.

Tegelijkertijd gaat je kind aan de slag met heel kleine getallen. Breuken vormen een belangrijk deel van de rekenstof in groep 6. Je kind gaat zelfs al vermenigvuldigen met kommagetallen en deelsommen maken met rest. Verder wordt rekenen aan de hand van een schaalverdeling geoefend.

  • +/- t/m 100.000
  • Getalbegrip t/m 1.000.000, Romeinse cijfers
  • Breuken: halven, kwarten, derden, vijfden achtsten, tienden, zesden. Kommagetallen
  • Vermenigvuldigen: sommen uit de tafels en grotere getallen
  • Delen: sommen uit de tafels en grotere getallen (met rest)
  • Meten: lengtematen (mm, dm, m, km); inhoudsmaten (ml,¬ dl, ¬ l); gewicht (kg, g ) oppervlakte, omtrek (uitrekenen, cm2, m2); plattegronden lezen
  • Verhoudingen: schaal, snelheid, prijs per stuk

Wereldoriëntatie

  • Geschiedenis: tijd van jagers en boeren, Grieken en Romeinen, monniken en ridders
  • Aardrijkskunde: topografie van heel Nederland, grondsoorten in Nederland, Nederland leeft met water
  • Biologie en natuur: gezonde voeding, klimaat in Europa, weerbeeld per seizoen, zintuigen, ademhaling
  • Techniek: licht, geluid, magnetisme
  • Godsdienst: belangrijke personen en gewoontes in wereldreligies (christendom, jodendom, islam)
  • Mens en maatschappij: omgaan met geld, werkwijze politie, verkiezingen, aandacht voor pesten en discriminatie

Jagers, boeren, Grieken, Romeinen, monniken en ridders
Bij wereldoriëntatie/geschiedenis wordt uitgegaan van tien tijdvakken, van de prehistorie tot de huidige tijd. Verdeeld over de bovenbouwjaren komen deze tijdvakken allemaal voorbij. De meerderheid van de scholen werkt de tijdvakken in drie (groep 6, 7, 8) of vier (groep 5, 6, 7, 8) groepen in chronologische volgorde af: van de prehistorie tot het heden. In groep 6 leert je kind dan over Jagers en boeren, Grieken en Romeinen, Monniken en ridders. We beginnen op onze school in de prehistorie en trekken steeds verder het heden in.

Topografie
Bij wereldoriëntatie/aardrijkskunde blijft je kind in groep 6 nog even binnen de landsgrenzen. In groep 5 heeft het al een globaal beeld van Nederland opgedaan, in groep 6 leert het de topografie van alle provincies. In totaal gaat het om een lijst met honderd topografische begrippen: steden, rivieren, provincies en gebieden. Je kind zal regelmatig huiswerk meekrijgen om dit allemaal te leren.

Sociaal-emotionele ontwikkeling
Rekening houden met anderen, conflicten oplossen, samenwerken. Deze lessen vallen onder de methode Kanjertraining.

Hoogtepunten dit jaar

We gaan veel naar buiten voor een spel of op zoek naar natuurlijke materialen om mee te knutselen.

De kinderen in groep 6 verzorgen dit jaar de konijnen en de cavia’s uit onze dierenren. Deze krijgen iedere dag eten en schoon drinkwater. Ook leren de kinderen hoe ze het hok van de konijnen moeten verschonen.

Af en toe helpen de kinderen mee in onze eigen moestuin.We gaan koken op een echt vuur en maken bijvoorbeeld soep met ingrediënten uit onze moestuin of bakken met een wafel ijzer Brusselse wafels .

Het absolute hoogte punt in groep 6 is wel het Hapsproject. Kinderen leren en ervaren hoe het was om in de ijzertijd (500 jaar voor Christus) te leven. Voor informatie over dit kamp: https://www.hapsproject.nl/